Nederland telt een groot aantal stichtingen en verenigingen.
De Belastingdienst duidt stichtingen en verenigingen gemakshalve aan als stivers.
Stichtingen en verenigingen zijn organisaties zonder winstoogmerk.
Stichtingen en verenigingen verschillen daarom wezenlijk van ondernemingen.
Ondernemingen hebben immers maar één streven en dat is het maken van winst.
Een vereniging bestaat uit een groep personen, de leden, die een gemeenschappelijk doel voor ogen hebben.
Bijvoorbeeld het beoefenen van sport, het opvoeren van toneelstukken of het maken van muziek.
De door een vereniging gerealiseerde winsten mogen niet onder de leden worden verdeeld.
In het bestuur van een vereniging kunnen personen zitting hebben die geen lid van die vereniging zijn.
Wegens een verbod op leden bestaat een stichting slechts uit een bestuur en een vermogen.
Het stichtingsbestuur gebruikt het vermogen voor de verwezenlijking van een welomschreven doel.
Bij veel stichtingen ligt dat doel op charitatief, cultureel of wetenschappelijk gebied.
Een stichting mag geen gelden uitkeren aan bestuursleden, oprichters en andere betrokkenen.
De oprichting van een stichting of vereniging vindt plaats bij een notaris.
In de akte van oprichting, de statuten, worden naam en doelstelling van de stichting of vereniging vermeld.
In de statuten wordt ook vastgelegd hoe de besluitvorming binnen de stichting of vereniging tot stand komt.
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bevat alle wettelijke bepalingen voor stichtingen en verenigingen.
Na het bezoek aan de notaris bezit een stichting of vereniging rechtspersoonlijkheid, een juridisch begrip.
Een rechtspersoon mag overeenkomsten met derden aangaan en als partij in een rechtszaak optreden.
Een stichting of vereniging kan dus bankrekeningen openen, facturen versturen en personeel in dienst nemen.
Het bestuur van een rechtspersoon is wettelijk verplicht de rechtspersoon in te schrijven bij de Kamer van Koophandel.
Vaak wordt aangenomen dat de Belastingdienst weinig aandacht schenkt aan de non-profit sector.
Dat is een misvatting. De Belastingdienst bezoekt stichtingen en verenigingen veelvuldig.
Bij het uitvoeren van een controle houdt de Belastingdienst geen rekening met de doelstelling van de stiver.
Ook liefdadigheidsinstellingen, cultuurfondsen, kerkgenootschappen en musea moeten hun fiscale zaken goed regelen.
|